Claude Monet was een belangrijke kunstenaar in de stroming, genaamd het impressionisme. Welke de Franse schilderkunst veranderde in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Tijdens zijn lange carrière, concentreerde Monet zich op het schilderen van landschappen, vrijetijdsbestedingen in Parijs als wel de Normandische kust. Hij leidde weg in de Franse modernisme met zijn aparte stijl van schilderen.
Monet werd bekend met de “En plein air” (het buiten schilderen) schildertechniek door Eugene Boudin, bekend van het schilderen van resorts aan de Normandische kust. Op zijn tweeëntwintigste sloot Monet zich aan bij de studio van de historische kunstschilder Charles Gleyre. Zijn klasgenoten waren onder andere Auguste Renoir, Frederic Bazille, en ander impressionisten in de dop. Monet had aardig succes met zijn landschapstukken, zeelandschappen en portretten welke in de salons in Parijs hingen. Maar veel van zijn ambitieuze, gewaagde stukken werden afgekeurd. Daardoor bundelde hij zijn krachten met Edgar Degas, Édouard Manet, Camille Pissarro, Renoir om een onafhankelijke expositie te starten. De groep, die zich de Impressionisme noemden kreeg veel kritiek, maar zag dit meer als compliment.
Monet schilderde objecten, figuren en personen uit zijn directe omgeving. Zijn eerste vrouw Camille, en zijn tweede vrouw Alice, figureerde vaak in zijn schilderijen.
Claude Monet volgde in zijn werken de technieken van de Barbizon schilders, welke buiten schilderde in de Fontainebleau Forest. Hij adopteerde hun oog voor detail gecombineerd met aparte kleurgebruik. Het verschil was dat de barbizon schilders, werkte uitsluiten buiten waar Claude Monet vaak buiten de basis schetste, deze later thuis uitwerkte en meer gebruik maakte van kleuren.
In zijn latere leven concentreerde Monet zich op zijn eigen gecreëerde vijver in zijn tuin in Giverny. Zijn laatste serie werken waren allen van zijn waterlelies. De wereldberoemde schilderijen hangen sinds zijn dood in 1926 in de Orangerie in Parijs