{lang: 'nl'}

Kijken met je handen?

“Kijken doe je met je ogen”, is iets wat in musea niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen geldt. Voor de meesten is dat ook voldoende, maar voor sommigen volstaat het kijken echter niet. Het schilderij (of vaker: de waarde ervan) maakt soms zoveel indruk dat het hoe dan ook moet worden meegenomen. Tsja, er is altijd baas boven baas. Ook in Nederland. In dit artikel vijf van de grootste Hollandse kunstroven.

Oekraïne of het verhaal van de te kleine auto

Op plek vijf staat de kunstroof uit het Westfries museum in Hoorn in 2005. De buit? 24 schilderijen van schilders als Jan van Goyen en Jan Linsen en 70 zilveren objecten met een gezamenlijke waarde van ongeveer 10 miljoen euro. Ongeveer 10 jaar later duikt één van de schilderijen in Oekraïne op. Hiermee wordt het eerdere vermoeden dat mensen uit de hoge politieke en diplomatieke kringen van Oekraïne er iets mee te maken hebben bevestigd. De gestolen kunst is helaas vooralsnog in Oekraïne. De vierde plek is voor de diefstal van drie schilderijen uit het Stedelijk Museum Amsterdam in 1988. Het betrof ‘Anjelieren’ van Vincent van Gogh, Bouteilles et Pommes van Paul Cézanne en ‘La maison du maître Adam Billaud’ van Johan Jongkind, samen een waarde van rond de 10 miljoen. De dieven? Een moeder en een zoon. De waardevollere (en grotere) schilderijen van Monet en Matisse die ze ook op het oog hadden pasten helaas niet in hun auto. De schilderijen zijn uiteindelijk teruggevonden middels een pseudokoop van de politie.

What’s in a Van Gogh?

Vincent van Gogh blijkt een graag gestolen schilder, want ook tijdens de kunstroof in 2002, die op de derde plekkomt, zijn twee schilderijen van zijn hand uit het Van Gogh Museum ontvreemd. Dit keer ‘Zeezicht bij Scheveningen’ (1882) en ‘Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen’ (1884), met een waarde van rond de 23 miljoen euro. En dat door slechts een ladder op te klimmen en door een raam naar binnen te sluipen. Na maar liefst veertien jaar zijn de schilderijen gelukkig weer teruggevonden en wel bij een Napolitaanse maffiabaas. Beter laat dan nooit, zal ik maar zeggen. Niet alleen Van Gogh was populair onder kunstdieven, ook het jaar 1988 bleek gewild. De kunstroof van deze tweede plek vormt zelfs een combinatie van beide. In 1988 werd namelijk ook het Kröller-Müllermuseum beroofd van drie schilderijen van Van Gogh: ‘Weefgetouw met Wever’, een voorstudie van ‘De Aardappeleters’ (1885) en ‘Uitgebloeide zonnebloemen’, samen goed voor een bedrag van ongeveer 113 miljoen euro. Ook deze doeken zijn gelukkig teruggevonden, zij het ernstig beschadigd, en wel op eenzelfde manier als bij de andere roof uit 1988: een pseudokoop door de politie. En dan de grootste kunstroof in Nederland. In 1991 zijn maar liefst twintig werken van wederom de grote meester uit het Van Gogh museum gestolen, waaronder het welbekende ‘De aardappeleters’. Waarde? 500 miljoen euro. Alle schilderijen werden gelukkig slechts enkele uren na de roof gevonden in een auto die de dieven van een van de bewakers hadden gestolen. Opmerkelijk detail: onder de daders bevonden zich twee mannen die in het verleden het museum hadden bewaakt.

Categorieën: Uncategorized