{lang: 'nl'}

Je hoort het wel vaker, een verhaal van een schilder die tijdens zijn leven geen waardering krijgt, niet wordt begrepen en zelfs belachelijk wordt gemaakt. Het overkwam ook de Franse schilder Henri Rousseau. Pas na zijn dood kreeg de ‘prutser’ de waardering die hem toekwam. Vandaag de dag hangen Rousseau’s schilderijen in de musea van onder meer Parijs, Praag, New York, San Francisco en Sint Petersburg.

Primitief

De in mei 1844 geboren Rousseau groeide op in het Franse plaatsje Laval. Schilderen ging hij pas op latere leeftijd. De beginnende kunstenaar van 40 jaar oud, had er toen al een carrière bij het leger en de douane opzitten. Vandaar dat hij met enige spot wel ‘Le Douanier’ werd genoemd. Rousseau was een autodidact. Hij had geen een artistieke opleiding gevolgd, wat ook zijn voordelen had. Rousseau werd namelijk niet belemmerd door de tradities van de kunst, zoals die op de academies werden onderwezen. Rousseau schilderde op zijn eigen manier, wat dan weer een doorn in het oog was van menig kunstcriticus. Zijn stijl werd omschreven als ‘kinderlijk’, Rousseau zou maar wat ‘aanprutsen’. Het was destijds trouwens gebruikelijk om neer te kijken op de primitieve of naïeve stijl die Rousseau hanteerde. Later zou het officiële erkenning krijgen en werd het zelfs op de kunstacademies gedoceerd.

Postimpressionisme

De schilderijen van Rousseau behoren tot het postimpressionisme, een stroming die overigens pas sinds 1910 die naam kreeg van de Britse criticus Roger Fry. Tot deze stroming worden ook schilders als Paul Cézanne, Paul Gauguin en Vincent van Gogh gerekend. Kenmerkend voor het postimpressionisme is dat het verder gaat dan wat het oog kan zien. De werkelijkheid wordt vervormd en uit het schilderij moet gevoel spreken.

Exotisch

Rousseau schilderde voornamelijk landschappen. Vooral bekend zijn de exotische jungle schilderijen. Inspiratie hiervoor deed hij op tijdens zijn bezoeken aan de botanische tuin Jardin des plantes, en het Natuurhistorisch museum in Parijs. Zijn eerste jungle schilderij, Tijger in een tropische storm uit 1891 werd tentoongesteld in de Salon des Indépendants. Het kleurenpalet van verschillende tinten groen is opmerkelijk. ‘De Droom’ uit 1910 is zijn laatste jungle schilderij. Hier zien we een naakte vrouw (zijn voormalige maîtresse Yadwigha) liggend op een divan, in een decor vol lotusbloemen, planten, leeuwen, vogels, een olifant en slang. Zes maanden na de expositie in de Salon des Indépendants stierf Rousseau.