{lang: 'nl'}

Toegepaste kunst. Klinkt dat vies? Vroeger in elk geval niet. Kunstenaars werden bijvoorbeeld ingezet om hoekstenen van beursgebouwen te verfraaien, of om de muren van vakbondsgebouwen van luister te voorzien. Glas in lood in opdracht, met leuzen en strijdkreten. Dat soort werk! En dan niet één kunstenaar die eens wat maakt voor de mensen. Nee, gebouwen werden als Gesammtkunstwerk door vele kunstenaars verrijkt. En zij op hun beurt kregen daar natuurlijk ook hun brood door op de plank.

Toen de Nieuw Amsterdam in 1936 en 1937 werd gebouwd voor de Holland-Amerika Lijn (HAL), droegen er welgeteld één-en-zestig kunstenaars bij aan de inrichting en verfraaiing van het passagiersschip. Van handgeknoopte tapijten tot beeldhouwwerken, van schilderijen tot glas-in-lood, houtsculpturen en plafondreliëfs. Namen die nu op Amsterdamse straatbordjes staan. Zo maakte Henri Polak een tapijt voor de toeristenklasse lounge, en Piet worm decoraties voor de speelkamer.

Naast vele ruimtes die Hendrik Wijdeveld ontwierp en inrichtte, maakte hij ook het bijltje waarmee Koningin Wilhelmina de Nieuw Amsterdam te water liet. Wat een heerlijk decadent gevoel voor stijl is dat.

Frank Zweegers vraagt zich mijmerend af wanneer hij met zestig andere kunstenaars eens een schip mag inrichten. Hoe zou dat er in deze tijd uitzien? Zouden we daar subsidie voor krijgen..?
 
 

frank-zweegers-nieuw-amsterdam-door-w-j-hoedervanger

De Nieuw Amsterdam, geschilderd door W.J. Hoendervanger (bron: wikipedia)